Ook tijdens de afgelopen verkiezingen was het een veelgehoorde opvatting dat deze over "de economie" zouden gaan. Maar is dat terecht? Ten dele. Het was de economie, maar de aandacht verplaatst zich naar de staatsschuld(en).
Sinds 2007 zijn we doorgeschoven van hypotheek- naar krediet-, naar vertrouwens-, naar banken-, naar economische crisis en zijn nu in de "staatsschuldencrisis" beland. Overzicht Nederland.
Maar: met de "economie" gaat het weer de goede kant op!
Recente aanwijzingen:
Wereldhandel
De instorting van de wereldhandel in 2008 en begin 2009 ging met een ongekende snelheid. De im- en export namen zelfs sneller af dan in de eerste periode van de Grote Depressie van de jaren dertig. Maar het herstel gaat bijna net zo onstuimig. Vooral dankzij de enorm aantrekkende handel in en met Azië, maar ook door toename van de Amerikaanse en Europese handel, staat de Wereldhandelsindex van het Centraal Planbureau (CPB) nog maar een paar punten onder het hoogtepunt uit juli 2008. Een vertraging is nog niet in zicht, want China maakte donderdag 10 juni bekend dat de export van het land in mei bijna 50 procent boven die van een jaar eerder lag.
Duitsland
De verwachtingen in de Duitse industrie en handel stijgen snel. Na een harde val in 2008 volgde een bijna net zo snel herstel. De verwachtingen over afzet en orders zijn al weer op pre-crisis niveau. Logisch, want het zijn juist de Duitse machinebouw en technologiesector die profiteren van snelle groei van de Aziatische (lees: Chinese) economie. Mooi voor Nederland is dat het Duitse ondernemersvertrouwen in het verleden een uitstekende voorspeller was van de economische groei in ons land.
Orders Nederlandse industrie
Het gaat dan ook al weer heel aardig met de orders van de Nederlandse industrie. Het Centraal Bureau voor de Statistiek vraagt bedrijven maandelijks naar hun orderontvangst en het oordeel over de orderportefeuille. Sinds eind 2009 is het aantal bedrijven dat een toename van de ontvangen orders meldt structureel hoger dan het aantal dat een daling rapporteert. Het saldo stijgt ook bijna iedere maand. Maar er is ook nog wel wat te wensen. De meerderheid van de ondernemers in de industrie is nog altijd ontevreden over de orderportefeuille, al is ook daarbij een stijgende lijn zichtbaar.
Werkloosheid
Mede door het snelle herstel van de handel en de industrie, loopt de werkloosheid in Nederland relatief langzaam op. Voor medio 2010 heeft het CPB een werkloosheid van 500.000 personen voorspeld, maar daar lijken we onder te blijven. De teller stond in april op 437.000. Opvallend: dat was minder dan een maand eerder. Voor het eerst sinds het begin van de kredietcrisis daalde de werkloosheid. Op basis van één maand valt nog niet te zeggen dat de trend is gekeerd, maar het is in elk geval een bemoedigend teken.
Stijgende kredietverlening
Als je met ondernemers praat hoor je vooral klachten over de kredietverlening van Nederlandse banken. Ze zouden enorm moeilijk doen, en nauwelijks meer bereid zijn om met een lening over de brug te komen. De banken frustreren zo de groei van de economie. Maar ook al is de woede van individuele ondernemers ongetwijfeld terecht - banken zeggen zelf ook dat ze strenger zijn geworden - de geldkraan is allesbehalve dichtgedraaid.
Volgens cijfers van De Nederlandse Bank, is de kredietverlening van Nederlandse banken aan Nederlandse (niet-financiële) bedrijven sinds het uitbreken van de kredietcrisis blijven stijgen. Het tempo van die stijging ging wel wat omlaag, en er waren maanden dat de kredietverlening kromp. Maar dat is te verwachten bij een krimpende economie. Op macro-economisch niveau zijn de banken niet aan de handrem gaan hangen.
Dan de staatsschuld
Heel anders zit het met de schulden van het Koninkrijk der Nederlanden. Een staat die structureel meer uitgeeft dan er binnenkomt (vooral via belastingheffing) moet gewoon het verschil ergens lenen. En gewoon rente betalen. Meestal loopt dit via het uitgeven van staatsobligaties. Menige belegger (en pensioenfonds en zo) heeft daar een pluk van in zijn portefeuille. Zolang men vertrouwen heeft in de financiële huishouding van de lenende staat, en in het vermogen rente en aflossing te betalen, is er weinig aan de hand. Het is alleen vervelend voor die staat dat een groot deel van haar inkomsten nu aan rentebetaling wegvloeit. In Nederland zou je van dat geld een fors ministerie, bv OCW, kunnen betalen.
En de staatsschuld van Nederland daalt niet, integendeel. Elke dag groeit hij met een kleine 100 miljoen Euro! Dit is niet lang meer houdbaar. Als we zo doorgaan komen we in het rijtje van Griekenland etc. terecht. Daarom is er brede consensus in de politiek dat de staat moet bezuinigen. De staat, niet "we". Dat wordt nogal eens door elkaar gehaspeld, ook door journalisten die kennelijk hun lessen economie op het journalistenschooltje niet goed gevolgd hebben. Als ze die lessen al kregen.
Iemand met een vak waar vraag naar is hoeft zich geen zorgen te maken. En een bedrijf dat idem dito gevraagde producten maakt, ook niet. Men kan redelijk zeker inkomsten verwachten.
Maar de staat is ook een afnemer van goederen en diensten. En werkgever. En de staat is in de problemen en de nieuwe regering staat voor een draconische bezuinigingsoperatie tot naar schatting 2020. En de provincies en gemeenten en veel andere aan de staat gelieerde organisaties krijgen daarin hun deel.
Een bezuinigende staat kan haar leveranciers en medewerkers niet ontzien. Dit zal impact hebben op de "economie". Gelukkig is onze economie niet alleen afhankelijk van de binnenlandse bestedingen door burgers en bedrijven, maar hebben we een buitenland met aantrekkende vraag.
De staat moet de juiste balans vinden tussen:
• Het doorbreken van de neerwaartse spiraal van staatsschuld en inherente rentebetalingen
• De doorbelasting van haar miserabele financiële situatie aan burgers en bedrijven.
Het CPB heeft deze balans gelukkig voor ons uitgerekend. Dit "tipping point" ligt bij een structurele begrotingsombuiging van 29 miljard per jaar. Iedere politicus of partij die meent dat het minder kan is een struisvogel.
De overheid (eigenlijk overheden) zullen meaner & leaner en intelligenter moeten worden en zich meer moeten beperken tot de werkelijke kerntaken. Dat lijkt een ideologisch standpunt, maar is ook en vooral een keiharde financiële realiteit. Ook in de provincie.