Stikstof, ammoniak en nitraat, een complex dossier

landbouwStikstof komt voor in verschillende vormen. Stikstofgas, ammoniak en nitraat zijn enkele bekende voorbeelden. Stikstofverbindingen verschillen in aard en oorsprong. Sommige zijn belangrijke meststoffen voor de landbouw, andere zijn schadelijk voor mens en natuur.

De huidige overmaat aan stikstofverbindingen in ons milieu kan tot problemen voor mens en natuur leiden. De stikstofkringloop is een biochochemische kringloop zoals o.a. de waterkringloop, de fosforkringloop en de koolstofkringloop. Van de totale hoeveelheid aanwezige stikstof op aarde (1.000.000.000.000.000  ton) bevindt zich 99 % in de aardatmosfeer. Stikstof (N2) vormt 78,09 volume% van de aardse lucht. Alleen speciale bacteriën, als die van het geslacht Rhizobium in symbiose met vlinderbloemige planten (bv klaver) kunnen de stikstof uit de lucht omzetten in nitraat. Alle andere planten, dieren en de mens kunnen geen stikstof uit de lucht opnemen en zijn afhankelijk van de vastgelegde stikstof in de biosfeer. Maar ook de mens is industrieel in staat stikstof uit de lucht om te zetten in allerlei stikstofverbindingen.

De mens heeft  de natuurlijke nitraat- en nitrietgehaltes radicaal veranderd, vooral door de toepassing van nitraatbevattende meststoffen. Stikstof wordt intensief door bepaalde industrieën uitgestoten, waardoor de hoeveelheid nitraat en nitriet in de bodem en het water groter worden als gevolg van de reacties die plaatsvinden in de stikstofcyclus. Nitraatconcentraties in het drinkwater nemen hierdoor ook toe.
Nitraat en nitriet kunnen een aantal gezondheidsproblemen veroorzaken. Dit zijn de meest voorkomende:
- Reacties met hemoglobine in het bloed, waardoor de zuurstofdragende capaciteit van het bloed afneemt (nitriet)
- Verminderd functioneren van de schildklier (nitraat)
- Tekort aan vitamine A (nitraat)
- Vorming van nitrosaminen, de meest bekende veroorzaker van kanker (nitraat en nitriet)

Maar ook natuurgebieden kunnen verzuren door ammoniakuitstoot door veestallen in de buurt en mest op het land. Sinds de jaren '70 is er meer kennis en bewustwording op gang gekomen over het stikstofprobleem. Industrie en landbouw namen tal van maatregelen om de overmaat aan stikstof in ons milieu aan banden te leggen. Talloze voorbeelden zijn er, waaronder veel maatregelen die ingrijpen op de agrarische bedrijfsvoering. De uitstoot is inmiddels gehalveerd, maar nog steeds substantieel.

De landbouw in Nederland heeft een groot aandeel in de stikstofdepositie, naast andere, vnl. industriele bronnen.  Nederland is in Europa relatief gezien, door haar succesvolle intensieve landbouw, de grootste bijdrager aan door de mens in de kringloop gebrachte stikstof. Vandaar dat door de overheid en de sector wordt geprobeerd de ammoniak uitstoot (en stikstofneerslag) waar mogelijk te beperken. Recent maakte het Planbureau voor de Leefomgeving bekend dat  de neerslag van stikstof minder was dan eerder gedacht. Een goed bericht.

Veehouders hebben tot 1 april 2010 de tijd om in een plan aan te geven hoe en wanneer ze gaan voldoen aan de eisen voor ammoniak-uitstoot die al in 2005 zijn opgesteld. Dat staat in het actieplan ammoniak veehouderij dat minister Jacqueline Cramer van Ruimte en Milieu naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het actieplan is gericht op pluimvee-, varkens- en melkveehouderijen.

Overheid en veehouderijsector hebben de afgelopen periode intensief overlegd over het actieplan ammoniak veehouderij. Veehouderijen hadden per 1 januari 2010 de emissie van ammoniak moeten terugbrengen conform eisen die al in 2005 zijn gesteld. Daarnaast moeten zij ook voldoen aan andere eisen, zoals welzijnseisen en eisen op het gebied van geur en fijnstof. Om gedwongen dubbel investeren te voorkomen is het actieplan opgesteld. Uitvoeren van het actieplan betekent dat varkens- en pluimveehouders de tijd krijgen die nodig is, maar niet meer dan dat. Op 1 januari 2013 moeten alle maatregelen getroffen zijn. De melkveehouders maken een inhaalslag; nieuwe technieken worden ontwikkeld en toegepast.

 De VVD fractie beseft dat dit dossier momenteel "hot" is. Er zit zowel een zwaar milieuaspect als een zwaar economisch aspect aan. Kort door de bocht: verzurende bossen versus grote economische belangen. Bij behandeling van dit gevoelige dossier gaat ons uiteraard ons leefmilieu ter harte, maar ook een "level playing field" voor iedereen die agrarische produkten op de Europese markt brengt. Met deze principes voor ogen zullen wij ons concrete standpunt bepalen in voorkomende beslismomenten.